Esther Walenberg – Fluitiste (rechts op de foto)
Ik ben inmiddels zo’n vier keer met de harmonie op concours geweest. Dit is de tweede keer dat we deelnemen aan het WMC, maar het voelt toch anders. Waar we de vorige keer nog moesten uitwijken naar Heerlen, spelen we nu in ons eigen Kerkrade. Dat maakt het een bijzondere, maar ook uitdagende thuiswedstrijd.
Ik ben altijd enthousiast geweest over deelname aan concoursen. Ze dagen je uit om muzikaal het beste uit jezelf te halen en tillen zowel je eigen niveau als dat van het orkest omhoog. Bovendien brengt zo’n traject de vereniging dichter bij elkaar en groei je samen, muzikaal én als groep.
De voorbereiding is echter wel intensief. Thuis repeteer ik veel vaker; sommige lastige passages heb ik inmiddels ontelbare keren geoefend. Ik oefen ook anders dan normaal: ik speel veel lange tonen en gebruik regelmatig de metronoom en het stemapparaat. En ik heb beter leren ‘foetele’. Klarinetisten lijken dat van nature te kunnen, ik heb het moeten leren;)
Verder heb ik samen met mijn dwarsfluit-‘sisters’ veel geoefend. We kwamen bij elkaar en namen lastige passages door, gaven elkaar tips en deelden ook onze frustraties. Gelukkig werd er minstens zoveel gelachen. Juist die momenten maken het harde werken een stuk leuker.
Naast de dwarsfluit-‘sisters’ beleef ik mijn weg naar het WMC ook met mijn vriendin-‘sjwestere’. Twee van ons zijn échte zussen en ik ben lang geleden (door vrienden van mijn broer) omgedoopt tot ‘t sjwEsther. Nou ja jullie snappen ‘m wel;).
Naar alle concerten rijden we steevast samen in één auto. Voor vertrek heeft ieder zijn eigen stressmomentje: de een door slecht tijdmanagement, de ander door keuzestress over schoenen. Eenmaal onderweg kunnen we even ontstressen en ‘rauwele’ over de lastige passages die we nog moeten spelen. Na afloop sluiten we de avond samen af met een drankje. Juist die momenten maken de weg naar het WMC zo bijzonder.
De repetities beleef ik heel bewust. Na bijna iedere repetitie heb ik het gevoel dat we als orkest weer een stapje verder zijn. Tijdens het spelen focus ik me vooral op mijn eigen partij en klank, maar dankzij de uitleg van de dirigent ga ik de muziek als geheel steeds beter begrijpen. Doordat hij regelmatig instrumentgroepen apart laat spelen en uitlegt waarom bepaalde lijnen belangrijk zijn, ontdek ik hoe alles in elkaar valt.
Natuurlijk gaat het niet altijd vanzelf. Soms ga ik balend naar huis omdat iets maar niet lukt. Dan denk ik in het Kirchröadsj plat: ‘wat e kaksjtuk.’ Gelukkig overheerst het gevoel dat we samen iedere week vooruitgang boeken. We spelen de werken inmiddels al bijna driekwart jaar, maar gek genoeg vervelen ze nog niet.
Het is tegelijkertijd een drukke periode. Mijn twee jongste dochters deden dit jaar hun communie, mijn oudste neemt afscheid van de basisschool en sinds kort ben ik secretaris van het bestuur. Tel daar alle extra repetities en concerten bij op en je begrijpt dat ik na 1 augustus wel toe ben aan vakantie.
Voor mij is het WMC meer dan een concours. Ik denk vooral aan de gezellige sfeer in Kerkrade: met vrienden op de markt, een drankje drinken en genieten van muzikanten uit allerlei landen die overal muziek maken. Dat zijn misschien wel mijn mooiste WMC-herinneringen.
Waar ik de komende weken het meest naar uitkijk? Naar het moment waarop alle puzzelstukjes in elkaar vallen. Die laatste repetities waarin de puntjes op de i worden gezet. Al hoort daar waarschijnlijk ook nog wel wat – ongetwijfeld terecht – gemopper van onze dirigent bij.
Maar misschien kijk ik nog wel het meeste uit naar het moment ná ons optreden. Die ontlading als de laatste noot heeft geklonken en alle spanning wegvalt. (Tot die een dag later, tijdens het wachten op de uitslag, weer volop terugkomt.) Om vervolgens samen terug te blikken, na te praten en te vieren dat we het sámen hebben gedaan. Want welke uitslag er ook komt, dat gezamenlijke gevoel maakt de hele weg naar het WMC de moeite waard.
Als ik mijn medemuzikanten één tip mag geven, is het ook een boodschap aan mezelf: geef die laatste weken alles. Pak je instrument nog zo vaak mogelijk uit de koffer en oefen dat ene lastige stukje nog een keer. Zet je andere sociale afspraken desnoods even op een lager pitje. Op 1 augustus moeten we pieken. Daarna is er weer alle tijd voor de rest van ons leven
Groetjes Esther